Lees over het lezen van anderen.

Jan van Nijlen

In zijn kleine monografie over Jan van Nijlen schrijft Pierre H Dubois (Brussel, Manteau, 1959) over diens boekerij:
»Ik bezocht Van Nijlen vaak op het Ministerie van Justitie en of hij zich daar nu zo gelukkig voelde, is nog een vraag. Voelde hij zich niet gelukkiger thuis bij zijn boeken die keurig ingekaft in rood, geel of groen papier en van een etiket voorzien zijn boekenkasten vulde, zoals ik het alleen, nadien, nog bij een ander dichter juist zó heb gezien, namelijk bij Pierre Kemp? Of misschien in een van die oude kroegen, zoals Au Vieux Spijtigen Duivel, waar het schemerdonker is en het zand op de vloer ligt en waarover hij zo vaak gedicht heeft? Of misschien nergens, omdat alle localisatie alleen maar een verschuiving van het heimwee is? ... Hoe dan ook, voor Van Nijlen geldt wat voor Slauerhoff gold: „Alleen in mijn gedichten kan ik wonen". In elk geval heeft de poëzie en de litteratuur zijn leven begeleid en vervuld.«

Van Nijlen zelf:

DE EENZAME
Een grijze middag in 't begin van Mei,
Een klein café „Au Voyageur" geheten,
In wolken rook rijdt soms een trein voorbij . . .
Wat doe ik hier? De hemel mag het weten.

Van de oude dromen, die ik dacht vergeten,
Voel ik de vleugelslag opeens nabij;
Reeds deze morgen wist ik mij bezeten,
Is het de lente, of ligt de schuld aan mij ?

Sedert de tijd dat 'k lezen kan en schrijven
Kon ik nooit rustig in een kamer blijven.
Nu ben 'k alleen maar thuis in de natuur

Of in een koffiehuis. Ik kan niet leven
Met vaders, moeders, zusters, nichten, neven,
Soms met een vriend, en voor een enkel uur.

uit: Te laat voor deze wereld, 1957