Lees over het lezen van anderen.

Tom Lanoye

Vooral dankzij Lanoyes moeder, sinds Sprakeloos bij al zijn lezers bekend als theaterdier, leerde hij ook al vroeg de wereld aan toneelteksten kennen. "Uit een soort zendingsdrang hadden mijn ouders ingetekend op de Feniksreeks, een serie van linnen hardcovers met veel Nobelprijswinnaars en enkele Vlamingen. Die stonden op een rij bij ons in de kast, niemand las ze." Behalve de jonge Tom dan, die zo kennismaakte met het werk van schrijvers als Knut Hamsun en Arthur van Schendel. De jeugdafdeling van de bibliotheek van Sint Niklaas had hij toen al leeggelezen. "Ik las boeken als Xantippe van Paul Lebeau en vroeg om de oorlogsthrillers van Allistair MacLean. Dat vond men toch wel een beetje link voor een kind, die boeken vol wreedheid, seks en drank."
Zijn grootste stappen in de wereldliteratuur - en ook in het voor nette Vlaamse jongens 'linke' deel daarvan - zette Lanoye aan de hand van de dichter-priester Anton van Wilderode (1918-1998) die lesgaf op het seminarie waar Lanoye naartoe werd gestuurd. Van Wilderode was op het eerste gezicht niet de meest aangewezen man om een jonge lezer in te wijden in Claus en Lucebert. Hij was een strenge katholiek en flamingant en schreef teksten en liederen voor bij de IJzerbedevaart, toentertijd de jaarlijkse bijeenkomst van het radicaal rechtse deel van Vlaanderen. Lanoye voerde hem in zijn roman Kartonnen Dozen op als Mussolini. "Dat had meer te maken met zijn Romeinse kop dan met zijn opvattingen", zegt Lanoye nu. Enkele jaren geleden sprak hij een lofrede uit bij een heruitgave van het debuut van Van Wilderode.
Van Wilderode schonk zijn leerlingen magische momenten. "Hij lispelde een beetje, hij zag eruit als een priester en rook ook een beetje als een priester, naar allerlei verschaalds. Maar hij was een wonderbaarlijk voorlezer, hij kon een hele klas begeesteren - letterlijk. Ik kan me herinneren hoe hij op vrijdagmiddag, we hadden het laatste uur van de week les van hem, de klas binnenkwam en heel langzaam een groot zwart boek uit zijn tas haalde, alsof het een eucharistieviering was. Hij toonde ons zwijgend en blad voor blad 'De feesten van angst en pijn' van Paul Van Ostaijen. Hij zei: en dit is ook poëzie en legde uit wat de zuivere lyriek van Van Ostaijen was. Toen las hij ze ook nog eens voor! Dat was een echt godsgeschenk."
Dat gold zeker voor de Oostakkerse gedichten van Hugo Claus, die mijlenver van Van Wildenrodes katholieke conservatisme stonden, maar desalniettemin door hem werd onderwezen en voorgelezen - en het leven van Tom Lanoye zou nooit meer hetzelfde zijn. "Het absolute genie van Claus was voor hem boven alle twijfel verheven." Zo leidde Van Wilderode zijn leerlingen al voorlezend door de literatuur: Dostojevski, Kafka, Gogol, Hamsun, Miguel de Unamuno, Lodeizen, Marsman en Hans Andreus -tot aan Lucebert toe. "Van Wilderode was een educatieve rebel", zegt Lanoye. "En zijn status als priester-dichter was voor de schoolleiding net te hoog om er iets aan te doen."
[...]
Lanoye probeerde ook zo veel mogelijk Nederlandse publicaties te pakken te krijgen. "Op een dag vond ik een nummer van de Haagse Post met Gerrit Komrij op de cover, poserend als Oscar Wilde in een purperen kamerjas met die treurige hondenkop van hem. Het interview ging over Verwoest Arcadiëen over Averechts. Vooral dat laatste maakte grote indruk op me, als een soort homobijbel. Het definieerde waar ik naar zocht, een temperament waarmee ik me identificeerde en me afzette tegen de zonneban-knichten. Komrij lezen was een bevrijdende ervaring, in emotioneel, intellectueel en literair opzicht."
"Zo'n leeservaring heb je achteraf nooit meer", zegt Lanoye. "Een onbeschreven blad kun je niet meer worden. Wel zie je een soort kettinglezen ontstaan. Door Komrij ontdekte ik Oscar Wilde en zo kwam ik bij Madame Bovary terecht. Ik ben afgestudeerd op Hans Warren, die me met de gedichten van Kavafis heeft laten kennismaken."
"Mijn leesgedrag is nu een combinatie tussen het lezen van klassiekers, het bijhouden van het werk van collega's en concurrenten - en internationale bestsellers. Ik vind dat je je daar als schrijver niet voor moet afsluiten." Verder leest Lanoye veel nonfictie, ook om zich in te lezen voor zijn theaterprojecten. "Onlangs heb ik Huizinga's Herfsttij der Middeleeuwen herlezen. Dat is alleen al vanwege de taal een van de beste Nederlandse boeken die ik ken, zo extreem dat de geur van bloed en rozen er naast elkaar bestaan. Maar ik lees ook een boek over de Tempeliers, wat heel interessant is als je kijkt naar een figuur als Anders Breivik - in die orde zit een hele verdoken homo-iconografie."
Lanoye brengt al twintig jaar de Europese winter in Kaapstad door. "Die tijd gebruik ik ook om te lezen: er is altijd wel een leesachterstand goed te maken. Klassiekers als Moby Dik, De welwillenden van Jonathan Littell of een indringende leeservaring als Godenslaap van mijn vriend Erwin Mortier. Dan lees ik Kaputt - en daarna alles van Malaparte, een zeer onderschat auteur. De afgelopen maanden heb ik daar eindelijk, eindelijk Radetzkymars van Joseph Roth gelezen, een boek waar ik me lang tegen heb verzet. Maar ook Een vrouw op de vlucht voor een bericht van David Grossman en 2666 van Roberto Bolano. Dat deed me weer denken aan Bezoek van een knokploeg van Jennifer Egan, door alle lijnen die niet worden afgewikkeld. Ik heb grote bewondering voor schrijvers die grillig durven te zijn."
En zo leest de lezer Lanoye verder. "In zo'n kwartaal in Kaapstad moet er een meter boeken doorheen. Dat lukt nooit helemaal, natuurlijk. Maar Gertrude Stein zei al: "What's the use of roots if you can't take them with you"."

(passages uit "Ik bewonder schrijvers die grillig zijn", in NRC Handelsblad - Boeken van 9 maart 2012)



foto van de website van Tom Lanoye