Lees over het lezen van anderen.

J.C. Bloem

"Het zal wel iedere dichter zoo zijn gegaan als mij: de eerste aanraking met de Muze is geweest in de vorm van boeken. Lezen - doet men het later ooit meer zoo als men het heeft gedaan als kind? Ik geloof het niet. Er zijn nog wel tal van boekenverslinders en -verslindsters (ik behoor er niet toe, integendeel), maar toch meen ik, dat zelfs zij dit nooit meer doen met dat fervente geboeid zijn, die onvoorwaardelijke overgave van het kind. Ook op dit gebied keert de jeugd nooit weerom.
Over mijn kinder- en jongensboeken wil ik het niet hebben. Mijn eerste treffen met de poëzie is echter geweest de lectuur van twee thans volkomen vergeten dichters: Fiore della Neve (pseudoniem voor mr M.G.L. van Loghem) en Henri de Bornier*. Van laatstgenoemde herinner ik mij niets meer, behalve hoe het boek, een drama in verzen, er uit zag. Maar van den eerste herinner ik mij meer, althans duidelijk de indruk die zijn verzen op mij maakten. Een liefde in het Zuiden** heette het boek, warmee hij destijds onmiddellijk zijn naam had gevestigd en ik vond het prachtig, alsook een Bretonsche ballade: De broeders van Pont Audemer. Er moet toch iets, dunkt mij, in dien poëet hebben gezeten; niemand wordt tenslotte volmaakt ten onrechte zoo beroemd."

mr J.C. Bloem in een lezing getiteld "Terugblik op de afgelegde weg" voor de Civitas Academia te Amsterdam, gehouden op 1 december 1953, het jaar waarin hem de PC Hooftprijs werd toegekend.

* beknopte Engelse tekst over Bornier in Wikipedia
** de integrale tekst van Een liefde in het zuiden (naar de eerste druk uit 1881) staat online


mr Jacobus Cornelis Bloem in  1954